De waarheid over het klooster.          

                                                                                

Het is zielig om het getouwtrek rond het al dan niet behoud van het voormalig klooster bezig te zien.

Wat vooraf ging en waaraan het bestuur niet wenst herinnerd te worden.

·         Vanaf het moment dat de gemeente eigenaar werd van dit klooster heeft het bestuur niets gedaan om het verval van het klooster tegen te gaan. Terwijl het wel de dappere moed had om gebouwen van gewone burgers op de lijst 'van leegstaande en verwaarloosde gebouwen' te plaatsen zonder enige objectieve criteria. De eigen gebouwen zoals de pastorij en het klooster werden bewust van deze lijst geweerd. Iedereen wist dat deze gemeentelijke gebouwen leegstonden en aan verval werden overgeleverd doordat de gemeente niet handelde zoals dat van een goede huisvader mag verwacht worden. En dit terwijl gewone burgers zwaar belast en gepest werden met een belasting op leegstand en/of verkrotting. Maar zoals in Meerhout wel meer het geval is denkt dit bestuur dat de wetten er alleen zijn voor de anderen en niet voor hen. De gemeente heeft nochtans een voorbeeldfunctie.

·         Rond 2002 werd gestart met de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. Dit diende in overleg met de bevolking te gebeuren om te kunnen rekenen op een zo groot mogelijk maatschappelijk draagvlak. Hiervoor werd een stuurgroep opgericht met een vertegenwoordiging van alle maatschappelijke geledingen en de belangrijkst adviesraden. De vergaderingen van deze stuurgroep waren openbaar maar hiervan werd weinig ruchtbaarheid aan de bevolking en de media gegeven. Wat ons toen opviel en wij ook aankaartten was de afwezigheid van de Meerhoutse heemkundige kring en de VVV in deze stuurgroep. Via de realisatie van het boek 'Bouwen door de eeuwen heen' verleende ook de heemkundige kring zijn gewaardeerde medewerking aan het nu betwiste 'Register van waardevol onroerend erfgoed' waarin het klooster meer dan terecht is opgenomen.

·         Wie de moeite doet om de verslagen van deze stuurgroep er op na te lezen, zal vaststellen dat het VB toen al herhaaldelijke pogingen heeft ondernomen om een lijst van merkwaardige gebouwen in de beleidscategorie op te nemen. Nadat de gemeente 3 gebouwen had voorgesteld om in deze beleidscategorie te worden opgenomen nl de watermolen, de pidpa watertoren en de gemeentelijke fabrieksgebouwen van Lodewijckx en omwille  van deze twee laatste werd weggelachen besloot  het gemeentebestuur zonder verdere inspraak deze beleidscategorie af te voeren. Een gemiste kans om zelf als gemeente een lijst van waardevolle gebouwen op te stellen. Het nu voorstellen alsof zij geplaagd worden met een register van waardevol onroerend erfgoed dat er zonder inspraak gekomen is, is gewoon huichelarij. Men heeft het vertikt om verantwoordelijkheid op te nemen om op vrijwillige basis een dergelijk register samen te stellen. Hierdoor werden heel wat eigenaars van langgevelhoeven mogelijkheden ontnomen. Zij hebben dit ook via schriftelijke klachten laten weten aan het bestuur. Hoe komt het toch dat de gemeente eerst van plan was gebouwen als de watertoren en de gemeentelijk werkhuizen in een dergelijke beleidscategorie te laten opnemen en niet de prachtige pastorie en het klooster?

·         De gemeente die vurige voorstander is van de volledige afbraak van het klooster beroept zich vooral op de vervallen toestand van het gebouw waarvoor zoals boven aangehaald alleen zij zelf verantwoordelijk zijn. Ge moet maar durven...

·         Een ander argument voor de afbraak is de hoogdringendheid wegens de nood aan serviceflats tengevolge de bouw van een nieuw rusthuis. Alsof het rusthuis 'De Berk' ineens van vandaag op morgen aan vervanging toe is.  Ook hier draagt de gemeente de volle verantwoordelijkheid. Een behoorlijk huisvestingsbeleid kijkt vooruit en wacht niet tot de problemen zich stellen om ze op te lossen....Sommigen van een welbepaalde partij zijn nog fier op de onverantwoorde slogan: "Ik los de problemen alleen maar op als ze zich stellen".                                                                

·         Op de gemeenteraad van maart 2010 vroeg onze fractie of het gemeentebestuur ten volle gebruik wilde maken van de provinciale voorziene subsidieregeling voor klein, niet-beschermd waardevol onroerend erfgoed in openbaar bezit. Ons voorstel werd afgewezen, waarmee het gemeentebestuur onrechtstreeks al te kennen gaf dat zij het klooster bewust wilde laten vervallen ook al waren er subsidies voor een andere aanpak.

·         Toen onze fractie zijn bezorgdheid uitdrukte over de wijze waarop de lijst van waardevol onroerend erfgoed werd samengesteld zonder dat de betrokkenen hierover gehoord werden, deed het bestuur alsof hun neus bloedde en wenste de betrokkenen niet te informeren en nog minder deze bij de hogere overheid te verdedigen. Zij wisten niet hoe dat deze lijst tot stand gekomen was en daarbij verklaarde zij: hierdoor verandert er toch niets en dit is enkel paniekzaaierij vanwege het VB en welke juridische complicatie zou dat nu kunnen hebben voor de eigenaars? Ja, ja totdat zij nu zelf geconfronteerd worden met de juridische complicaties van de opname in dit register.

·         De vorige schepen van ruimtelijke ordening en huidige burgemeester treft in deze zoals aangetoond een verpletterende verantwoordelijkheid.

Zou dit gemeentebestuur nu echt aan kloosterfobie lijden?

MD 20111230

 

       

Zo had het Meerhouts klooster er kunnen uitzien indien de gemeente het niet totaal had verwaarloosd.